Als kind ben je blij wanneer je op straat een muntje vindt, het begin van een fortuin. Fruitteler Raf Jansen had meer geluk.
In 2000 vond hij in zijn boomgaard in Vechmaal 102 Gallische gouden munten. Twintig jaren later vond hij er nog 65. Twee derde daarvan werd geslagen door de Eburonen in de eerste eeuw voor Christus. De munten zijn waarschijnlijk gemaakt ten tijde van Ambiorix, hun bekende leider. Mogelijk is de muntschat verborgen toen Ambiorix in opstand kwam tegen de Romeinse veroveraar Julius Caesar.
Waarschijnlijk kenden de Galliërs geen eigen munt voor de komst van de Romeinen. Tijdens de Gallische oorlogen (58-51 voor Christus) gebruikten de stammen hun nieuwe munten om soldaten of huurlingen te betalen.
Na de oorlog beëindigde de Romeinse bezetter de Gallische muntslag. De gouden munten maakten plaats voor kleinere bronzen Romeinse munten. Die waren meer geschikt voor de aankoop van alledaagse voeding of voorwerpen.

De Gallische munten zijn geïnspireerd door Romeinse of Griekse exemplaren. Op de voorzijde kan je soms het hoofd van de Romeinse god Apollo herkennen. Een andere keer is het hoofd van de Macedonische koning Philippos II volledig vervormd. Op de keerzijde staat er regelmatig een springend paard. Dit is een symbool voor de bedreven Gallische ruiter.
In woelige tijden verborgen de Galliërs munten en waardevolle voorwerpen in een keramische of metalen pot of kruik in de grond. Zodra de oorlog was afgelopen, groef de eigenaar zijn kostbare bezit terug op. Maar soms had hij geen kans meer om dit te doen. Hij was met zijn gezin op de vlucht geslagen en nooit teruggekeerd, of vermoord.

Dit verhaal is gemaakt door OKV voor FAAM - virtueel museum.









